Compost, de beste vorm van bemesting in een ecologische tuin

Bloeiboog tip – april 2026

Voed de bodem, niet je planten!

In het voorjaar is het een terugkerende vraag van klanten: moet ik mijn (sier-)tuin bemesten? In de schuur staat dan vaak nog een hele voorraad aan meststoffen van voorgaande jaren, waaronder kunstmest. In deze blog geef ik je mijn antwoord op deze vraag, bekeken vanuit ecologisch perspectief.  

Van symptoombestrijding naar systeemdenken

In een functionerend ecosysteem draait alles om een gezonde bodem. In een gezonde bodem zit heel veel leven: bacteriën, schimmels, nematoden, protozoa, women, kevers, etc. Zij vormen samen het bodemvoedselweb en werken nauw samen met planten. Planten ‘kopen’ als het ware voedingsstoffen van dit netwerk in ruil voor suikers die planten maken uit water en koolstofdioxide door middel van fotosynthese. Daarnaast beschermt het bodemvoedselweb planten tegen ziektes en plagen. Planten hebben dus – meer dan wat dan ook – baat bij een gezond bodemleven. Als je iets wil doen ter ondersteuning van de planten in je siertuin, richt je dan op het verbeteren van het bodemleven (het systeem) in plaats van het voeden van planten (symptoombestrijding).

Hoe weet je of je bodem gezond is? Een goede graadmeter voor een gezonde bodem is de hoeveelheid wormen erin. Graaf dus eens een flinke schep aarde op en kijk hoeveel wormen je tegen komt. Het meeste leven in de bodem is met het blote oog niet zichtbaar, maar wormen vis je er gemakkelijk uit.

Stimuleer het bodemleven

Om het bodemleven in je tuin te verbeteren, zijn er drie vuistregels: (1) gebruik géén kunstmiddelen zoals kunstmest en pesticiden, (2) voeg compost toe, en (3) houd de bodem bedekt (mulchen).

Geen kunstmest

In kunstmest zitten de voedingsstoffen stikstof, fosfor en kalium verpakt als zouten. Op die manier zijn deze voedingsstoffen na toediening direct beschikbaar voor planten, zonder noodzakelijke tussenkomst van het bodemleven. Die directe beschikbaarheid van voedingsstoffen kan gemakkelijk zorgen voor een disbalans bij planten (snelle, slappe groei, minder bloei). De bodem wordt steeds zouter door het gebruik van kunstmest, waardoor het bodemleven verstoord raakt en uiteindelijk zelfs verdwijnt. Daarmee worden planten afhankelijk van kunstmest. De zouten spoelen bovendien uit in het oppervlaktewater waardoor niet alleen de bodem, maar ook het water vergiftigd raakt. Hetzelfde geldt voor pesticiden. Niet gebruiken dus!

Wel compost

Compost geldt als de beste vorm van bemesting voor een ecologische tuin. Er zitten nauwelijks direct beschikbare voedingsstoffen in, maar wel ontzettend veel organische stof waarmee het bodemleven wordt gestimuleerd. Dat bodemleven breekt de organische stof verder af tot micronutriënten en stelt deze beschikbaar aan planten. Daarnaast verbetert compost de structuur van de bodem en het vermogen om water en voedingsstoffen vast te houden.

Compost is in feite een vorm van organische mest gebaseerd op hoofdzakelijk plantaardig materiaal. De voedingsstoffen in organische mest van dierlijke origine (bijvoorbeeld stalmest of gedroogde dierlijke mest in de vorm van mestkorrels) komen, net als bij compost, hoofdzakelijk beschikbaar voor planten door tussenkomst van het bodemleven. Echter, veel organische mest van dierlijke oorsprong bevat relatief veel stikstof waardoor het vooral de (blad-)groei van planten stimuleert en minder bijdraagt aan de stevigheid en weerbaarheid van planten.

Mulchen

Door de bodem bedekt te houden (met bodembedekkers of een mulchlaag, zie mijn eerdere blog over mulchen voor voorbeelden van mulchmateriaal) staat hij minder bloot aan weersinvloeden (uitdroging, dichtslaan) en blijft hij gezond. Een organische mulchlaag zal bovendien ter plekke composteren en is daarmee ook meteen een indirecte bron van voedingsstoffen voor planten.

Gericht bijmesten

Het bodemvoedselweb vormt vooral een innige relatie met onze inheemse planten; door eeuwenlang samen evolueren is deze combinatie immers het beste op elkaar afgestemd. Inheemse planten zijn aangepast aan voedselarme tot matig voedselrijke omstandigheden en hebben in de regel geen extra bemesting nodig. In onze siertuinen kiezen we er echter vaak voor om behalve inheemse planten ook uitheemse soorten (‘tuinplanten’) neer te zetten. Sommige uitheemse soorten zijn veeleisend, denk bijvoorbeeld aan rozen en dahlia’s. Het kan nodig zijn om deze gericht bij te mesten. Doe dat dan uitsluitend met organische mest en gebruik géén kunstmest. Informeer naar de noodzaak hiervoor bij de kweker.

Een andere reden om bij te mesten kan zijn wanneer je veel snoeiafval hebt afgevoerd van een plant of delen van de plant hebt geconsumeerd, en dus energie hebt weggenomen uit de voedselkringloop. Denk bijvoorbeeld aan het oogsten van fruit in een fruitboomgaard en aan moestuinieren in het algemeen. Het kan dan zinnig zijn om extra bij te mesten met organische mest.

Tot slot, observeer! Heb je de indruk dat (bepaalde) planten slecht groeien in je tuin en heb je het bodemleven in je tuin al verbeterd? Meestal betekent het dan dat je planten hebt gekozen die niet passen bij de omstandigheden in je tuin (zon/schaduw, nat/droog, zand/klei). Een enkele keer kan het dan echter zinvol zijn om gericht bij te mesten.

Maar het belangrijkste blijft: zorg voor een gezond systeem, stimuleer het bodemleven!